Preek – voorlaatste keer

SLOTZONDAG 28 JUNI 2026 OM 9.30 UUR BIJ HÚSTERWÂLD IN ÂLDWÂLD
OPENLUCHTDIENST, TWEEDE ZONDAG VAN DE ZOMER

De dienst is ook te volgen via: https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/11138
(Oudwoude of Westergeest)

Thema: ‘Kijk!’

Lezing uit de bijbel: Matteüs 6: 25-34

Beste jongeren en ouderen,
samen gemeente van Jezus Christus,

‘Ga nu op weg met Gods liefde, in de situatie van dit moment.’
Dat is de boodschap die we vandaag te horen krijgen in het Matteüs-evangelie.
Het gaat niet over de toekomst, over later, nee, nu moet het gebeuren.
De liefde van God moet worden  doorgegeven aan alle mensen.
Dat geldt voor ons, wij worden geroepen in de Geest van Pink­steren de woorden van
Jezus in praktijk te brengen.
Zoals dat ook gold voor de leerlingen, die in het gedeelte uit het Matteüs-evangelie
apostelen worden.
Zij mogen door gaan geven wat Jezus hun verteld en voorgedaan heeft.
En vandaag geldt dat voor ons allemaal.
Maar de grote vraag is natuurlijk wel hoe dat mogelijk is: Kunnen wij dat eigenlijk wel?
Aan het begin van het bijbelgedeelte wordt verteld wat Jezus doet: rondtrekken, onderricht geven, verkondigen, genezen.
Het is bijna onvoorstelbaar wat Jezus van zijn leerlingen vraagt: zij worden uitgestuurd om te doen wat Hij ook doet.
Zo zal het koninkrijk van God niet alleen daar zijn waar Jezus is, maar ook daar waar zijn volgelingen in zijn naam optreden.
Jezus stuurt zijn leerlingen er niet zomaar op uit.
Hij heeft medelijden met uitgeputte en hulpeloze mensen. 
Het is een intense betrokkenheid van Jezus, Hij wordt ‘met ontferming bewogen’.
De ontferming, de liefde die wij vandaag ook kunnen ervaren in de viering van de maaltijd van Jezus, een maaltijd van liefde.
In het evangelie is echt sprake van ‘mee lijden’ met mensen.
Hoe is dat in deze tijd, bij ons?
Natuurlijk leven wij in een andere tijd dan de tijd van de bijbel toen, maar wat de kern betreft zijn er heel veel herken­ningspunten.
Zien ook wij om ons heen niet dat mensen doelloos, zonder herder zijn, of herders
achternalopen die geen goede herders zijn, maar herders die alleen aan zichzelf denken
De vraag aan ons is of wij in die situatie net als Jezus goede herders kunnen zijn, die
meelijden en oprecht zorg hebben voor de mensen.
Dat lijkt een onmogelijke opgave, zoals dat ook in de dagen van Jezus een onbegonnen taak leek.
Maar …. midden in het leed van de mensen verkondigt Jezus het evangelie van het Koninkrijk.
Hij ziet de mensen aan in liefde en wordt door hen diep ge­raakt, omdat zij voortgejaagd en afgemat zijn.
Dat betekent dat zij helemaal vast zitten in hun leven door alle verwachtingen en eisen die aan hen gesteld worden, alle verwarrende invloeden die op hen worden uitgeoefend.
Ook hierin kunnen we veel van onze tijd herkennen.
Veel mensen voelen zich opgejaagd, door hun werk, door de bezigheden daarnaast, door de verantwoordelijkheid voor andere mensen en ook nog door alle leed in de wereld, waar je zelf maar zo weinig aan kunt doen.
Tegelijkertijd zijn er allerlei bewegingen die een oplossing hebben voor hoe het verder moet met de wereld.
De één zegt: je moet alleen maar denken aan je maat­schappelijke carrière, een goede baan en een goed inkomen.
Een ander zegt: je moet je inzetten voor een betere wereld.
Weer een ander zegt: je moet je richten op je persoon­lijke, geestelijke welzijn.
Het duizelt je soms van alles wat op je afkomt.
Zijn wij zelf ook niet voortgejaagd en afgemat ?
En voelen wij ons soms ook niet zonder herder, zonder èchte zorg?
Maar tegelijk zijn wij in die situatie gemeente van Jezus Christus.
Wat betekent dat nu ?
In ieder geval dat we ons niet boven andere mensen kunnen stellen, want wij zijn er toch net zo aan toe als ieder ander.
Ook wij zijn wel eens opstandig, ongelo­vig, onwillig, als we zien hoe slecht het met de wereld gaat, hoeveel onrecht en onvrede er is.
Wat dat betreft is niets menselijks ons vreemd.
Wij hoeven dus echt niet te doen of wij het allemaal zo veel beter weten, zo veel beter doen, er zo veel beter aan toe zijn dan mensen van buiten de kerk.
Maar er is wel een verschil dat niet over het hoofd gezien mag worden.
Wij weten van de belofte van God voor de mensen.
Jezus ziet de mensen in hun herderloosheid en wil voor hen een herder zijn, de Goede Herder, die om mensen bewogen is, hen opzoekt in hun moeite en verdriet, hen wil helpen en bemoedi­gen door zijn liefdevolle nabijheid.
Hij zet zelfs zijn leven in voor de mensen, ook voor ons.
Vandaag vieren we dat ook in het delen van brood en wijn als teken van de liefde die hij gegeven heeft en die sterker is dan de dood.
In de weg van Jezus is wel heel duidelijk geworden hoe belangeloos hij geeft om mensen en hun nood zelf wil ondergaan.
En dit heeft vergaande gevolgen voor ons als christelijke gemeente, want wij kunnen de mensen, ook onszelf, nu niet anders meer zien dan door de ogen van Jezus.
Dan zien we veel verdriet, veel leed, veel eenzaamheid en ook veel herderloosheid.
En dan laten we ons daardoor raken tot in het diepst van ons hart.
We kunnen dan iemand niet zomaar in zijn wanhoop, zijn een­zaamheid en zijn vedriet laten zitten.
Want het is dan ook onze wanhoop, onze eenzaamheid en ons verdriet geworden.
Door Jezus leren we zien met andere ogen, de ogen van de liefde en het herderschap.
En we worden één met de mensen door ons meeleven en onze betrokkenheid.
We hebben het niet langer over de ‘anderen’, de ‘buitenker­kelijken’ of zelfs ‘ongelovigen’.
Wij moeten immers zelf net zo hard bekeerd worden, van onze lauwheid, ons op-onszelf-gericht-zijn, onze hardheid.
We kijken niet meer op hen neer, voelen ons niet beter dan hen, maar gaan in hun midden staan met de liefde van Christus.
Als wij zo naar de mensen kijken met de ogen van Jezus, dan mogen wij geloven in een grote oogst.
Misschien lijkt dat wel vreemd in onze tijd, waarin de onkerkelijkheid nogal toeneemt.
Veel mensen denken dan ook dat het slecht afloopt met de kerk.
Misschien zou dat zo kunnen zijn, als we denken vanuit de kerk.
Maar als we denken vanuit God, dan ziet het er heel anders uit.
God laat niet los het werk dat Zijn hand begonnen is.
Hij blijft doorwerken in mensen, in onze wereld, ook al is dat vaak niet zo zichtbaar voor ons.
Vanuit de ontferming, de bewogenheid van God kunnen we zeggen: de oogst is groot.
Voor God mag immers iedereen er zijn als mens, en kunnen we blijven geloven dat God er voor iedereen is.
En daarom zullen wij ook onze naaste aanvaarden zoals die is.
Het enige probleem is dat er weinig arbeiders zijn.
Ook dit lijkt wel in onze tijd geschreven, met een tekort aan vrijwilligers en ambtsdragers.
Natuurlijk zijn er in de wereld waarin wij leven genoeg mensen die ergens tijd en energie in willen stoppen
Maar de vraag is natuurlijk wel waar-in je tijd en energie stopt.
Voor elk mens is het belangrijk een hobby te hebben, waar je je in uit kunt leven: voetballen, nu weer actueel met het WK, of lezen, of sporten, of puzzelen, of fietsen.
Maar het is niet goed als dat het enige zou zijn, als we alleen maar bezig zijn met onszelf en geen tijd hebben voor een ander.
Het is belangrijk dat er mensen zijn die tijd en geduld, liefde en geloof hebben voor de medemens, die misschien voortge­jaagd en afgemat is.
Vaak komen we daar pas achter, als we het zelf zo nodig heb­ben.
Als je een moeilijke tijd doormaakt, door ziekte verdriet of kwetsbaarheid.
Wat kun je dan een behoefte hebben aan ècht contact, aan een medemens die naar je luistert, die in je is geïnteresseerd, die om je geeft !
En ook aan een gemeenschap die je niet laat vallen, maar je juist in moeilijke omstandigheden steunt en laat merken dat je niet vergeten wordt.
Maar gelukkig zijn er ook tekenen dat het anders kan, zijn er mensen die wel goede, zorgzame arbeiders willen zijn.
Mensen die geraakt zijn door de liefde van Christus, en die liefde willen doorgeven door iets te betekenen voor hun medemens.
Mensen die zich gezien weten door God, en daarom hun naaste zien met de ogen van Jezus, vol ontferming en delen in hun zorgen.
Gelukkig kom ik in deze gemeente, maar ook daarbuiten een heleboel van zulke mensen tegen.
En daardoor brengen zij Gods koninkrijk dichterbij.
Jezus stuurt twaalf leerlingen op pad, dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël.
Het hele volk wordt uitgenodigd zich in te zetten voor Gods Koninkrijk, alle mensen worden erin betrok­ken.
Zo worden ook wij geroepen om op reis te gaan met de boodschap van Gods liefde.
Daarbij zijn de aanwijzingen die Jezus geeft heel belangrijk.
Als wij op reis gaan, nemen we vaak heel wat mee.
Dat is bij de leerlingen van Jezus wel even wat anders.
Ze mogen geen overbodige ballast meesjouwen.
Ze gaan op reis zónder geld, zónder sandalen en stok, zónder reistas, zelfs zónder extra kleren.
En ze gaan twee aan twee, zodat ze steun hebben aan elkaar.
Maar al het andere, geld, kleding, eten leidt af van waar het om gaat.
De leerlingen zouden daar te veel op kunnen vertrouwen en dat zou de ontmoeting met andere mensen in de weg staan.
Dat is ook een kritische vraag aan onszelf: Zijn er dingen die ons belemmeren om echt open te staan voor de ontmoeting met God en met elkaar?
Wij kunnen de liefde van God zichtbaar maken door zorg te hebben voor elkaar en voor anderen.
En dan zal ook wel blijken welke mensen er voor open staan en welke niet.
Zo krijgen de leerlingen de raad om uit te zoeken wie het waard is hen te ontvangen.
Daar kunnen ze blijven tot ze weer verder gaan.
Uit de gastvrijheid van de mensen zullen de leerlingen wel merken waar Gods bevrijding tot stand kan komen
Het is belangrijk hoe je elkaar tegemoet treedt.
Jezus roept zijn leerlingen op om de bewoners van het huis dat ze binnengaan te groeten.
Zo kunnen ze de vrede over dat huis, dat ze binnengaan, laten komen.
Daarmee maken de volgelingen van Jezus tegenover hun gastheer of gastvrouw duidelijk wat hun drijfveer is, namelijk in de naam van God de vrede doorgeven.
Vrede is meer dan: geen ruzie of oorlog, het betekent: leven en geluk, sjaloom.
Er wordt geen dwang op mensen uitgeoefend, er wordt in alle vrede en vrijheid een aanbod gedaan om echt te leven, tot jezelf te komen.
Jezus heeft laten zien dat God in liefde naar ons omziet, zoals we dat vieren in zijn maaltijd en hij roept ons daarmee ook op om in liefde en vrede met elkaar om te gaan.
Zodat een ieder zelf de vrede van God kan ervaren.
Als dat inderdaad gebeurt, dan is het volgens het Matteüs-evangelie goed om daar bij die mensen te blijven en de aangeboden gastvrijheid te accepteren.
Maar anders kunnen ze beter dat huis of die stad verlaten en het stof van hun voeten schudden.
Het doel blijft: De liefde en de vrede van God doorgeven aan anderen.
Zo kunnen wij ook op weg gaan met de liefde, naar onze medemens, naar elkaar toe.
Gods werk gaat door omdat mensen zoals u en jij en ik op hun eigen manier proberen
aanwezig te zijn bij elkaar en bij anderen.
Laten we daarom op weg gaan zonder overbodige ballast en open­staan voor de ontmoeting met God en met elkaar!
En vrede doorgeven van hand tot hand.

AMEN

Wilt u per e-mail reageren; klik daarvoor HIER