Preek – voorlaatste keer

OUDEJAARSDIENST 31 DECEMBER 2022 19.30 UUR WESTERGEEST

Thema: ‘God om ons heen’

Lezingen uit de bijbel: Daniël 3: 13-27 en Matteüs 7: 24-27

Beste mensen, samen gemeente van Jezus Christus,

We zijn bijna aan het eind van het jaar 2022.
En natuurlijk gaan onze gedachten terug naar wat er allemaal in dit jaar is gebeurd.
Dat kan ons blij maken, omdat er misschien een bijzonder moment was dit jaar.
Maar het kan ons ook verdrietig maken, omdat we misschien iemand missen die ons
lief en dierbaar was of omdat we dit jaar een grote teleurstelling moesten ervaren of
omdat we te maken kregen met ziekte of andere tegenslag.
Er kan van alles gebeuren in je leven en je weet niet van tevoren wat dat zal zijn.
Daardoor zitten we hier misschien met nogal dubbele gevoelens.
Veel dingen komen weer boven.
En natuurlijk ook wat er allemaal in onze wereld gebeurde, zoveel onrecht en oorlog,
mensen die elkaar naar het leven staan.
Dit jaar is getekend door de oorlog in Oekraïne, die naa corona voor zoveel slachtoffers
en verwoesting zorgt en nog steeds doorgaat.
We werden vaak opgeschrikt door extreem geweld en er waren veel vluchtelingen,
mensen die weg wilden van het geweld.
Daarnaast was er ook de zorg over het klimaat en onzekerheid over de toekomst, door
de hoge prijzen voor energie en de dagelijkse boodschappen.
Veel mensen  komen erdoor in problemen.
Ook was er veel onrust en kwamen mensen in actie om hun stem te laten horen,
boeren tegen de stikstofmaatregelen, jongeren tegen de klimaatverandering en zoveel
anderen.
Er komt dus van alles op ons af, als we terugdenken aan het afgelopen jaar.
En het gaat dan vooral om de vraag: Hoe gaan we om met wat we meemaken?
Mensen worden soms bang door wat we zien en ervaren, nog versterkt door al het
nepnieuws dat er in deze tijd is.
Hoe is dat bij ons, worden wij ook angstig?
Of houden we toch de moed erin en zien we ook positieve dingen?
En welke rol speelt ons geloof daarbij? Ervaren we iets van Gods nabijheid?
Daarover gaat het ook in het verhaal uit het boek Daniël dat we hebben gelezen.
Centraal staan Sadrach, Mesach en Abednego, vrienden van Daniël, die als joodse
ballingen uit hun land Juda zijn verdreven en nu in Babel verblijven.
En ze blijven trouw aan de God van hun ouders, de Eeuwige, de God van Israël.
Maar de koning van Babel, Nebukadnessar zet hen het mes op de keel: Buigen zullen
ze voor het gouden beeld dat hij heeft laten maken en dat een beeld is van zijn macht
als koning.
Ze weigeren.
Als joden kunnen en willen ze niet buigen voor een ander gezag dan dat van hun God.
Voor niets en niemand anders gaan ze door de knieën.
Hoe indrukwekkend dat gouden beeld er ook uitziet.
Hoe is dat bij ons eigenlijk?
Dienen we alleen God, de God van liefde, of gaan we soms ook door de knieën voor
andere goden, de god van geld en bezit, eigen eer en positie, macht en eigen belang.
In het verhaal van Daniël is daarnaast sprake van een gigantisch groot orkest, dat
bestaat uit hoornen, fluiten, lieren of harpen, luiten, citers en andere
muziekinstrumenten.
Zo’n machtige fanfare krijgt een mens wel klein bij de plechtige parade die de koning
in het verhaal heeft georganiseerd.
Maar de drie zijn niet onder indruk, zij weigeren te buigen, terwijl ze wel beseffen dat
hun weigering hen het leven kan kosten.
Want hen is al verteld dat, als ze weigeren, ze in een brandende oven zullen worden
gegooid.
Maar ze vertrouwen in die situatie, zo zeggen ze, op de hulp en nabijheid van hun
God, de Eeuwige van Israël.
Hun positie is hachelijk, want hun weigering wordt gerapporteerd.
Woedend beveelt Nebukadnessar de drie mannen te laten halen.
Hij is boos omdat met de weigering om te buigen zijn politieke gezag in twijfel wordt
getrokken.
Een bevel van de koning geldt als een goddelijk gebod, je moet gehoorzamen.
Wat er dan vervolgens gebeurt is eigenlijk heel wonderlijk.
De drie krijgen nog een laatste waarschuwing.
Nebukadnessar kan zich niet voorstellen dat die mannen, die hij zo’n goede positie heeft
gegeven, zich niet zouden buigen voor zijn wil.
Dus een laatste waarschuwing: ‘Als jullie je bereid tonen om op je knieën te vallen en te
buigen voor het beeld ..’
Nebukadnessar wil dat ze dat doen, niet uit eerbied, maar omdat hij het wil.
‘Maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk in een brandende oven
gegooid.
En welke de god zal jullie dan uit mijn handen kunnen redden?’
Het gaat hier om macht, om de wereld zoals Nebukadnessar die gemaakt had.
Hij kan zich niet voorstellen, dat die wereld zou wijken voor de wereld van de levende
God, waar gerechtigheid en liefde woont.
De wereld zoals die wordt vertegen­woordigd door de drie jonge joden.
En dus is de beslissing gevallen: De drie jongemannen moeten gedood worden.
Zo gaan de machthebbers in onze wereld altijd te werk, ze willen hun macht en positie
handhaven, ook al gaat dat ten koste van mensen.
Dat zien we bij Poetin en de Chinese President Xi Jinping en andere leiders, en ook bij
extremistische en terroristische groepen.
Maar dat zien we ook in het klein, heel dichtbij, mensen doen soms alles om de macht te
houden en hun eigen belang veilig te stellen.
We zien dat ook in de politiek, in de economie en ook zelfs in de godsdienst/religies.
Het antwoord van de drie joodse mannen in het verhaal is rustig en zeker: ‘Wij vinden
het niet nodig uw vraag te beantwoorden.’
Dan volgt een heel opmerkelijke zin: ‘Want als de God die wij vereren in staat is ons te
redden uit een brandende oven en uit uw handen, dan zal Hij ons redden. Zo niet,
weet dan, majesteit, dat wij uw goden niet vereren, noch buigen voor het gouden
beeld dat u hebt opgericht.’
‘Zo niet …’ Deze woorden vormen de clou, de kern van het verhaal.
Misschien brengt dit bij ons wel een schok teweeg.
Het is dus niet zeker dat God ons redt, want er staat: ‘Als God in staat is om ons te
redden …’
Dat is dus nog maar de vraag.
Hier wordt iets duidelijk over wie God is: de God die wij aanbid­den, is ook een
kwetsbare God.
‘Zo niet …..’
Daarmee wordt haarscherp aangegeven wat in de bijbelse verhalen geloven en
vertrouwen wèl betekent en wat niet.
Want hoe Sadrach, Mesach en Abednego ook vertrouwen op de belofte van hun God dat
Hij er zal zijn, ze weten tegelijk dat ze daar geen enkele garantie voor krijgen.
Het zou ook kunnen blijken, dat hun God hen niet zal bevrijden uit het vuur.
Zoals wij er geen garantie krijgen dat ons geen moeilijke dingen overkomen en dat God
ons zal redden uit alle narigheid.
We weten uit eigen ervaring vast en zeker wel dat het leven vaak niet gaat zoals wij
graag willen.
We kunnen roepen tot God, maar Hij redt ons niet uit onze moeilijke situatie, hoe graag
we dat ook zouden willen.
Maar betekent dat dan ook dat God er niet is?
Heel wat mensen komen tot die conclusie en ze zeggen dan het geloof vaarwel.
De drie vrienden komen in het verhaal tot een andere conclusie: Zelfs als God hen niet
bevrijdt, dan mag de koning niet denken dat God er helemaal niet is.
In ieder geval zullen ze niet buigen voor het gouden beeld uit eerbied voor de God die zij
dienen.
Zo laten deze drie mannen een groot geloof zien, een voorbeeld voor ons.
Hier is sprake van vertrouwen, maar niet in een God die alle problemen voor ons oplost,
die ons altijd redt uit de nood.
We kunnen hopelijk wel ervaren dat Hij naast ons is in de nood, en dat dat ons kracht
geeft om het vol te houden.
Maar Hij is anders dan de aardse machthebbers, die met geweld de situatie naar hun
hand proberen te zetten.
Hij is een kwetsbare God, zoals we met Kerst konden vieren dat God in een kwetsbaar
kind in ons midden is gekomen.
Hij geeft mensen, ons een eigen verantwoordelijkheid, en is met Zijn Geest nabij om te
helpen om te kiezen voor Zijn liefde, als we ons daar tenminste voor openstellen.
Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die zich inzetten voor God en voor
gerechtigheid, zonder dat het voor hen goed afliep.
Dietrich Bonhoeffer werd er door zijn christelijke overtuiging toe gebracht om zich
tijdens de Tweede Wereldoorlog te verzetten tegen Hitler.
Toch sterft hij, juist als de kanonnen buiten Berlijn aankon­digen dat de tijd van Hitler
definitief voorbij is.
Was God machteloos tegenover Hitler?
Is God minder machtig dan de krachten van het kwaad?
Soms lijkt het daar ook op in de wereld van vandaag.
Onschuldige mensen die door het geweld en door aanslagen op brute wijze zijn gedood.
Maar de vraag komt terug bij onszelf: Durven wij te kiezen tegen het kwade en voor het
goede?
Geloven is echt een waagstuk: Hebben wij de durf om te geloven en te gehoorzamen,
zoals Sadrach, Mesach en Abednego deden?
Zij dràgen het verhaal, en laten zien wie God is: ‘Ik zal er zijn’.
Maar de vraag is: Staan wij altijd wel aan de kant van de drie joodse jongemannen?
Wat doen we zelf, als we voor de keus komen te staan, kiezen we dan voor het goede of
het kwade?
Hoe diep buigen wij voor de gouden (waan)denk­beelden van hen die aan de macht zijn?
Hoe onafhankelijk stellen wij ons op wanneer het te heet onder onze voeten wordt?
Buigen wij voor de god van eigen belang en egoïsme  waardoor andere mensen die
kwetsbaar zijn in de kou komen te staan?
Sadrach, Mesach en Abednego buigen niet voor de god van Nebu­kadnessar, de man die
zichzelf tot God verheft.
En daardoor wordt de koning razend en laat de oven zevenmaal zo heet stoken.
Dat is angst verpakt in dwaasheid,  we kennen dat van alle machthebbers
Dan worden de drie mannen vastgebonden … en in de brandende vuur­oven geworpen.
Volgens één van de apocriefe boeken hebben ze toen gezóngen!
Het enige wat ze nog konden doen, want aan handen en voeten waren ze gebonden.
Maar ze openden hun mond en zongen geen lied uit de diepte, maar een lofzang ter ere
van hun God, van wie ze niet van tevoren wisten of Hij hen wel zou bevrijden.
Dan gebeurt in het verhaal het wonder:  Nebukadnessar  ontdekt dat er vier mannen vrij
rondlopen in het vuur, volkomen ongedeerd.
Vier, terwijl er drie waren ingegaan.
Deze drie mannen kunnen ervaren dat God er is, dichtbij hen, middenin het vuur.
Dit is natuurlijk een verhaal met een diepere betekenis, dat ook ons kan aanspreken.
In ons leven staan we soms ook midden in het vuur van alles wat op ons afkomt en ons
bedreigt.
Maar als we kiezen voor God, mogen we erop vertrouwen dat we niet alleen zijn, dat
God naast ons is, om ons heen met Zijn liefde als een beschermende muur.
Volgens de evangelist Matteüs zijn we dan wijs en bouwen we ons huis op de rots, we
hebben dan een stevig fundament.
Niet dat ons dan niets naars meer kan overkomen, dat kan nog steeds.
Maar wel kunnen we ervaren dat Hij dichtbij is, ook in mensen die om ons heen zijn als
een mantel van liefde en zorg.
Vandaag sluiten we het oude jaar 2022 af, hopelijk hebben we in dit jaar ook ervaren
dat God bij ons was en om ons heen.
De vraag is aan ons: Kiezen we in het nieuwe jaar voor Gods liefde, ook al kost ons dat
wat? Dan kunnen wij straks het oude jaar afsluiten en het nieuwe jaar ingaan in
vertrouwen op Gods nabijheid.
Vandaag stond in het Friesch Dagblad een mooie gedachte van de Engels schrijver
Aldous Huxley: ‘Ervaring is niet wat een mens overkomt; het is wat een mens doet met
wat hem overkomt.’
Ik kwam een mooie gedachte tegen van dichter E.G. Stevens: ‘Vertrouwen komt nooit
voort uit het hebben van alle antwoorden, maar uit het openstaan voor alle vragen.’
Laten we zo in openheid het jaar 2023 beginnen en onze medemens, elkaar nabij zijn!
Dietrich Bonhoeffer heeft in de moeilijke omstandigheden tijdens de Tweede
Wereldoorlog heel mooi onder woorden gebracht hoe hij heeft ervaren dat God om
hem heen was, in zijn prachtige oudejaarslied, lied 511, en dat kan ook ons inspireren:
In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.           

AMEN