Preek – voorlaatste keer

PASEN ZONDAG 17 april 2022 9.30 UUR OUDWOUDE

De dienst is te volgen via: https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/11138

Thema: ‘Droog je tranen’ 

Lezingen: Jesaja 55: 1-11 en Johannes 20: 1-18

Beste jongeren en ouderen, hier en thuis,
samen gemeente van Jezus Christus,

Pasen is een verhaal waar we allemaal in voorkomen.
We horen vandaag over het volk Israël dat vanuit de ballingschap kan terugkeren naar hun eigen land, maar dan moeten ze zich wel omkeren op hun weg en opnieuw de weg van God gaan.
En over Maria die weer opnieuw kan gaan leven.
Maar aan het begin van het verhaal is zij helemaal de kluts kwijt.
Ze begrijpt er helemaal niets meer van.
Intens verdrietig is ze, omdat haar goede vriend Jezus is gestorven aan het kruis..
Terwijl hij zoveel liefde had voor anderen.
Hoeveel mensen had hij een nieuw leven gegeven, doordat hij ze echt zag, doordat hij hen ruimte gaf en ze er weer mochten zijn, doordat hij hen hielp om weer op te staan uit wanhoop en verdriet, uit alle doodsheid.
Ook zij, Maria, was door hem weer helemaal gaan leven, ze had last van kwade gedachten en hij had haar daarvan bevrijd.
Misschien kunnen wij ons wel in Maria herkennen.
Wij kunnen soms ook last hebben van dingen die ons dwars zitten, iets wat niet goed is gegaan, of we hebben last van onzekerheid of onmacht, wat wij graag willen lukt misschien niet.
Zo kunnen er allerlei dingen zijn die zwaar op ons drukken of moeilijke dingen die we meemaken, ziekte of verdriet.
Ook wij kunnen daarvan bevrijd worden, net als Maria, als we ons laten raken door de liefde van Jezus.
Niet dat alles dan in één keer over is, maar wel dat we ermee om kunnen gaan.
Jezus trok zich niks aan van regels en van verwachtingen, hij nam het op voor mensen die er niet bij hoorden, maar daarmee ging hij wel in tegen de machthebbers.
Zij gingen meer uit van hun eigen belang en niet van liefde voor mensen, zoals we dat nu ook zien bij de oorlog in Oekraïne door de machthebbers in Rusland
Jezus was een bedreiging voor hen die de macht hadden.
Ze wilden hem kwijt en zo werd hij op een laffe manier, via een schijnproces, ter dood veroordeeld.
En hij liet het gebeuren, hij vond dat hij die weg móest gaan.
Hij hield vast aan de liefde voor mensen en gaf zich over aan God.
Zo was hij gestorven en had daarmee heel duidelijk laten zien hoe groot de liefde van God is.
Maar toch voelt zij, Maria, nu een groot gemis, want hij is er niet meer.
Ze moet nu alleen verder met zijn liefde.
Zo kunnen wij ons ook heel verdrietig voelen, als iemand die veel voor ons betekende is                gestorven.
Er is dan een grote leegte, het leven wordt nooit meer hetzelfde.
Je kunt niks meer tegen die ander zeggen, je mist hem of haar in alle gewone, dagelijkse dingen.
Maria is niet alleen in haar verdriet, want ook de andere leerlingen misten Jezus.
Omdat hij op zo’n bijzondere manier Gods liefde had laten zien.
En nu was hun hele droom in duigen gevallen en had hun geloof ook een flinke deuk gekregen.
Hoe moet het nu allemaal verder?
Ook dat kennen we waarschijnlijk wel, dat door wat we meemaken geloven ook niet meer zo gemakkelijk is.
Want is God er eigenlijk wel, we twijfelen er soms aan.
Zo loopt Maria daar in de tuin bij het graf, vol verdriet en twijfel.
Het is nog donker, niet alleen letterlijk omdat het nog vroeg is, maar ook omdat het donker is in haar hart.
Als ze bij het graf komt, ziet ze dat de steen van de opening van het graf is weggehaald.
Ze denkt dat ze het lichaam van Jezus hebben weggenomen, daardoor wordt haar verdriet nog groter.
Ze loopt snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, dat is waarschijnlijk Johannes.
Zij gaan ook naar het graf en ze gaan het graf in en zien de linnen doeken bij het graf liggen
En er wordt dan verteld dat de andere leerling, Johannes, geloofde.
Daarbij gaat het dan over geloof in de opstanding.
Maar zover is Maria nog niet, zij gaat nog helemaal op in haar verdriet en ze huilt.
Dat huilen is belangrijk, ook voor ons.
Het is goed om op sommige momenten je verdriet te kunnen uiten, het is niet goed om het altijd maar op te kroppen.
Wij kennen vast ook wel van die momenten dat het er toch uit moet, daar hoeven we ons niet voor te schamen.
Dat kan zijn van verdriet om iemand die je mist, maar soms ook van woede om onrecht wat je ziet of wat jezelf wordt aangedaan.
Verdriet heeft ruimte nodig en mag er zijn, het is een menselijke reactie op wat je overkomt.
In die zin is dit Paasverhaal ook een heel menselijk verhaal.
Herkennen wij onszelf erin?
Huilend buigt Maria zich naar het graf en daar ziet ze twee engelen in witte kleren zitten.
Engelen zijn in de bijbel boodschappers van God, daarom zijn ze ook wit, ze laten iets zien van het licht van God, juist op dit donkere moment.
Deze engelen vragen aan Maria: ‘Waarom huil je?’
Dat is een bijzondere vraag, ze zien hoe Maria er aan toe is en zijn bij haar betrokken.
Daardoor kan ze vertellen wat haar zo hoog zit, ze kan haar hart luchten.
Misschien hebben wij dat ook wel eens meegemaakt, dat je je intens verdrietig voelt.
En dat iemand dan vraagt hoe dat komt, dat iemand echt in je geïnteresseerd is.
Vaak wordt heel gemakkelijk gevraagd: Hoe gaat het met je?
En als het dan niet goed gaat, durf je het niet altijd te zeggen.
Maar wat kan het veel betekenen, als iemand echt wil horen hoe het met je gaat.
Het kan zijn dat wij ook een verdriet met ons meedragen en dat we er moeilijk over kunnen praten.
Ook voor ons is het heel belangrijk om echt open te staan voor elkaar en elkaar te durven vragen wat ons bezighoudt,.
En tegelijk om ook zelf ons hart te luchten bij de ander.
Maar dan komt het er wel op aan dat we elkaar ook vertrouwen geven, zodat we ook de ruimte voelen om onszelf te zijn.
Maria kan hier in ieder geval wel haar verhaal, haar verdriet kwijt.
Ze vertelt dat ze haar Heer hebben weggehaald en dat ze niet weet waar ze hem hebben neergelegd.
Maar dan ziet ze opeens een man staan, ze denkt dat het de tuinman is.
Terwijl het volgens het verhaal Jezus is, maar ze herkent hem niet, hij ziet er blijkbaar heel anders uit.
Ook Jezus vraagt haar: ‘Waarom huil je?’ en ‘Wie zoek je?
Weer die belangstelling voor haar en voor wat er in haar omgaat.
Ze zegt dan tegen hem: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’
Maar dan noemt Jezus haar naam: ‘Maria.’  
Daardoor herkent Maria hem en zegt: ‘Rabboeni’ of Meester’.
Blijkbaar heeft Jezus haar naam op zo’n manier uitgesproken dat ze hem herkent.
Ook voor ons is het belangrijk dat we bij onze naam worden genoemd.
Onze naam is iets heel persoonlijks, het laat zien wie we zijn.
Met onze naam worden we gekend.
En vaak heeft onze naam een heel bijzondere betekenis voor ons.
En het wordt helemaal speciaal als iemand die ons heel vertrouwd is onze naam uitspreekt.
Want dan klinkt er veel gevoel en liefde in door, we worden geraakt.
Zo gebeurt er ook iets met Maria, als Jezus haar bij haar naam noemt.
Daarmee doorbreekt hij haar verdriet en in zichzelf gekeerd zijn.
Ze komt weer tot leven, ze gaat niet langer gebukt onder haar verdriet, maar ze kan haar tranen drogen en weer rechtop lopen.
Ze ervaart dat Jezus niet dood is, maar is opgestaan en leeft.
Zijn liefde was sterker dan de dood, het licht van God straalt door het donker heen.
En daardoor kan Maria ook opstaan uit haar doodse verdriet en leven.
Maar Jezus zegt wel tegen haar: ‘Houd me niet vast.’
Blijkbaar wil Maria dat wel graag, nu ze hem gevonden heeft: hem vasthouden.
En dat is heel erg begrijpelijk.
Wij willen toch ook graag vasthouden?
Maar soms moeten we die ander toch loslaten.
Niet alleen bij het sterven, maar ook bij het leven.
Want we kunnen elkaar nooit helemaal vasthouden, elkaar niet bezitten.
Juist als we elkaar ruimte en vrijheid geven, kunnen we echt iets voor elkaar betekenen.
Betrokkenheid bij elkaar is heel belangrijk, in een relatie, in vriendschap en ook in onze gemeente.
Maar we kunnen niet over elkaar beschikken, een ieder kan alleen zijn of haar eigen leven leiden.
Juist als we elkaar willen vasthouden, kunnen we elkaar wel eens kwijtraken.
Liefde is een geschenk dat je niet zelf in de hand hebt.
Pasen laat dus zien dat ons geloof in de opstanding ook geen bezit is, het is iets wat we alleen kunnen ervaren en waar we iets mee kunnen doen.
Door zelf op te staan tot een nieuw leven,
Ook in ons leven is er soms doodsheid, verdriet of wanhoop, waardoor we belemmerd kunnen worden om echt te leven.
Doodsheid van het gemis van een dierbare, of van een relatie die uitgaat, de doodsheid dat we vastzitten in wat we meemaken en geen licht meer zien, of de doodsheid van  een teleurstelling waardoor we niet meer echt kunnen genieten, of dat het niet goed gaat op ons werk of dat we financiële problemen hebben waardoor we het misschien niet meer zien zitten.
En ook de doodsheid van onrecht en geweld, zoals we nu zien in Oekraïne.
Het gaat erom dat Pasen werkelijkheid kan worden in ons leven, doordat we opstaan uit die doodsheid, wanhoop en verdriet en in vrijheid leven.
Natuurlijk gaat dat niet zomaar.
We zullen ons ervoor open moeten stellen, ons moeten laten raken door die liefde van Jezus.
Zodat we ontdekken dat ook wij bij onze naam worden geroepen, dat wij er mogen zijn en dat het verdriet en de doodsheid niet het laatste woord hebben.
Dat wil niet zeggen dat er geen problemen of moeilijke omstandigheden meer zijn, maar wel dat we er anders mee kunnen omgaan.
Dat we er niet onderdoor gaan, maar dat we moed houden en ook lichtpuntjes zien.
Dat is juist het mooie van Pasen.
Het is een feest van nieuw leven en hoop dwars tegen de dood en de wanhoop in die er nog altijd is in de wereld en ook in ons eigen leven.
Maar het nieuwe leven is sterker dan alle doodsheid.
Dat is de kern van ons geloof, we kunnen ervaren dat Gods licht door het donker heen breekt.
Maria geeft uiteindelijk het goede nieuws van de opstanding en het nieuwe leven door aan de leerlingen.
Zo kunnen wij dat ook doen door aan anderen te laten zien dat wij geloven in het leven door zelf op te staan uit de doodsheid in ons leven en  ook elkaar en anderen te helpen om op te staan.
In de woorden van Marijke de Bruijne in het lied ‘Het pure witte licht’:

‘Waar leven triomfeert,
Het dode overwint,
daar bloeit de wereld op
en heel de schepping zingt.

‘Waar Pasen wordt gevierd,
is dood voorbijgegaan,
daar wortelt weer de hoop
in ’t menselijk bestaan.’

AMEN

U kunt via e-mail reageren; klik daarvoor HIER