Preek – voorlaatste keer

ZONDAG 21 AUGUSTUS 2022 9.30 UUR OUDWOUDE
TIENDE ZONDAG DE ZOMER

De dienst is te volgen via: https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/11138

Thema: ‘Wie achter is, mag voorgaan’

Lezingen uit de bijbel: Jesaja 30: 15-21 en Lucas 13: 22-30

Beste jongeren en ouderen, 
samen gemeente van Jezus Christus,

Kennen jullie het volgende, bekende kinderlied:

Witte zwanen, zwarte zwanen!
Wie gaat er mee naar engelland varen?
Engelland is gesloten,
de sleutel is gebroken.
Is er dan geen timmerman
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan.
Laat doorgaan.
Wie achter is moet voorgaan!

Toen ik jong was, heb ik dat wel vaker gezongen, misschien jullie ook wel.
Dit lijkt een heel gewoon kinderlied, maar het is een lied met een diepere betekenis
dat heel mooi past bij het evangelie van vandaag.
Vooral de laatste zin: ‘Wie achter is moet voorgaan’ vormt eigenlijk de kern van waar het vandaag ten diepste om gaat.
En het gaat over Engelland, dat is niet het Engeland waar sommigen wel eens geweest zijn, het land van Brexit, nee, dat is Engel-land, het land van de engelen, het land waar God woont, de hemel.
De zwanen zijn dan de engelen die je begeleiden bij de geboorte, witte zwanen, en de engelen die je begeleiden bij de dood, zwarte zwanen.
Dit lied gaat dus over het op weg gaan naar het land van God.
Maar Engel-land is gesloten en de sleutel is gebroken.
Is er dan geen timmermand die de sleutel maken kan?
Met die timmerman wordt dan Jezus bedoeld, de zoon van de timmerman, die de sleutel kan maken, zodat de deur geopend kan worden.
En wie achteraan komt, mag dan voorgaan.
Dit kinderlied is dus een geloofslied en verwoordt de boodschap van het evangelie.
We kunnen naar het land van God gaan, het land van vrede en gerechtigheid, Jezus wijst ons de weg, waarbij de laatsten de eersten worden.
Dit komt misschien wat mooier en positiever over dan wat we in de bijbeltekst gehoord hebben.                                                                                                                                                            
Het zijn geen gemakkelijke woorden.
Het beeld van de smalle deur komt velen van ons misschien wel bekend voor.
En het doet misschien denken aan een ander bekend beeld: het beeld van de smalle weg naast de brede weg.
Deze beelden hebben mensen vroeger soms bang gemaakt: Je moest wel zorgen dat je op de smalle weg kwam en door de smalle deur naar binnen kon gaan.
Want anders zou het slecht met je aflopen.
Wij willen in de kerk graag een blijde boodschap horen, maar daar lijkt het in het evangelie niet zo op.
Het komt nogal hard over wat Jezus vertelt over de heer die de deur heeft gesloten en niet opendoet, als er op de deur wordt geklopt.
De woorden van Jezus die vandaag centraal staan klinken heel anders dan bijvoorbeeld andere woorden van Jezus: ‘Kom naar Mij, dan zal ik jullie rust geven.’
Hoe kunnen we die verschillende dingen met elkaar rijmen?
Wat moeten we met het evangelie van deze zondag?
De woorden van Jezus over de smalle deur vormen het antwoord van Hem op een vraag.
Aan het begin van het bijbelgedeelte is verteld dat Jezus op weg is naar Jeruzalem.
En Jeruzalem is niet zomaar een stad,  Jeruzalem is het beeld van het Koninkrijk van God, waar vrede en gerechtigheid woont.
Het is de stad waar mensen beginnen te dromen van een andere, betere wereld, de wereld van God.
In de praktijk is Jeruzalem zo niet altijd, het gaat er soms niet zo vredig en rechtvaardig aan toe, maar zo zou het wel moeten zijn.
Dat is het doel waarheen Jezus op weg is: Het Koninkrijk van God.
En zo is het ook voor ons belangrijk naar dat doel op weg te blijven.
Jezus volgen is: op weg gaan en op weg blijven, want het christelijke leven is per definitie een reis.
Zoals veel mensen in de vakantie ook even op pad gaan, zelf doen wij dat graag op de fiets, maar het kan op allerlei verschillende manieren.
Geloven is onderweg zijn, jezelf ontwikkelen, op zoek gaan naar het leven zoals God het bedoeld heeft, waarin mensen in liefde en harmonie met elkaar omgaan.
Terwijl Jezus dus op weg is naar Jeruzalem geeft Hij onderricht.
Dan stelt iemand Hem de vraag: ‘Zijn er maar weinigen die worden gered?’
Dat is niet zomaar een vraag, het is een vraag van iemand, die met Jezus meetrekt naar Jeruzalem, naar het Koninkrijk van God.
Zijn het maar weinig mensen die het zullen meemaken?
Waarom zou deze persoon dat eigenlijk aan Jezus vragen?
Misschien wel omdat er zorg is.
Er is immers maar een klein groepje dat met Jezus meetrekt.
Maar hoe komt het dan met al die andere mensen, waar komen zij terecht?
Zoals die vraag in onze tijd ook wel eens gesteld wordt.
Er zijn tegenwoordig minder mensen betrokken bij geloof en kerk.
Waar zou dat toch aan liggen?
Is er maar zo weinig verlangen onder de mensen naar die wereld van God?
Die zorg zit achter de vraag die aan Jezus gesteld word.
Het antwoord van Jezus op deze vraag is heel opvallend.
De vragensteller krijgt geen direct ‘ja’ of ‘nee’ te horen.
Jezus zegt: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan.’
Ik beluister hier iets in van: ‘Jullie denken toch niet dat jullie er automatisch bij zullen zijn, omdat jullie met Mij meegaan naar Jeruzalem?
Wat denken jullie wel: Dat jullie binnen zijn? Dat jullie goed zitten?
En dat jullie vanuit die comfortabele positie je zorgen kunt maken over anderen?
Waaraan ontleen je dat recht? Wat is dat voor hoogmoed?’
In de vraag die aan Jezus gesteld werd, ging het over ‘de anderen’ die misschien niet gered zouden worden.
Maar daar heeft Jezus het helemaal niet over, hij verwijst de vragensteller terug naar zichzelf: ‘Doe je uiterste best om binnen te komen.’
Daar heb je je handen méér dan vol aan.
Want het is een levenslang gevecht om in het spoor van Jezus te blijven.
Jezus zegt eigenlijk: ‘Laat die anderen maar aan mij over. Dat is mijn zorg. Het is helemaal misplaatst, als jij daar een probleem van maakt. Want dan doe je net of jij al binnen bent. Je kent je eigen plaats niet.’
Dit alles kunnen wij ook onszelf aantrekken.
Het is niet genoeg als we geloven met woorden, we zullen het ook moeten laten zien in onze daden, door iedere dag te leven uit ons geloof.
Mensen die hun eigen geloof hoog aanslaan en denken dat voor hen alle deuren zullen opengaan, krijgen te horen: Smal is de deur, en ze blijft dicht voor hen die zich beroepen op uiterlijke tekenen van geloof.
Zoals het in het bijbelgedeelte gaat over mensen die hebben gegeten en gedronken in het bijzijn van Jezus.
Toch zal Jezus zeggen: ‘Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, onrechtplegers.‘
Voor ons gaat het er dus niet zozeer om of we bij de kerk horen en de mond vol hebben over het geloof, het gaat erom of we de weg van Jezus gaan en zijn liefde in praktijk brengen.
De deur van God gaat open voor hen die andere mensen recht hebben gedaan.
Niet de machtigen in onze wereld hebben het voor het zeggen, maar zij die kwetsbaar zijn of durven zijn.
Een mooi voorbeeld hiervan is een verhaal over koningin Wilhelmina dat ik ergens tegenkwam.
Koningin Wilhelmina heeft na de oorlog ook zoiets gezegd: ‘Ik ken jullie niet’.
Dat zei ze tegen de hooggeplaatsten die tijdens de oorlog niet zuiver op de graat waren geweest en de kant van de bezetter kozen.
Toen die mensen zich na de oorlog aan haar opdrongen en begonnen te schermen met hun dubbele namen, klinkende titels en voorname functies, keek ze hen alleen maar heel doordringend aan, en sprak ze drie woorden: ‘Nooit van gehoord’.
Want niet de klinkende namen of de belangrijkheid van de functies waren voor de koningin maatstaf.
Veel meer was dat of je trouw was geweest aan mensen in nood en opkwam voor gerechtigheid.
Wie er alleen maar op uit was om zichzelf te redden, wie daarvoor allerlei compromissen had gesloten of had gecollaboreerd met de bezetters, hoorde er voor de koningin niet meer bij: ‘Nooit van gehoord’.
Zo sluiten mensen dus zichzelf buiten door hun gedrag.
Goed om aan te denken bij de huidige asielcrisis.
Ook van ons wordt gevraagd dat we met ons hart geloven en dat we met onze handen doen wat we met de mond belijden.
Het gaat erom je best te doen, zoals ook al die sporters bij de Europese kampioenschappen die hun uiterste best doen, ook al winnen ze niet allemaal zoveel medailles als Marrit Steenbergen of Femke Bol.
Je best doen: Ook voor ons gaat het erom, op een andere manier, dat we ons best doen, namelijk om het geloof in ons dagelijks leven te laten zien, in de manier waarop wij met elkaar en met anderen omgaan, door ons in te zetten voor recht, gerechtigheid en vrede.
Maar misschien vragen wij ons nog wel af: Wat bedoelt Jezus precies met die smalle deur?
En zijn er echt mensen die worden buitengesloten?
Ik denk dat de woorden over de smalle deur niet bedoeld zijn om ons bang te maken.
Ze zijn veel meer bedoeld om de ernst van de situatie aan te geven: We zullen echt ons best moeten doen om ons geloof in onze daden te laten zien.
Anders sluiten we onszelf misschien wel buiten, doordat we niet delen in Gods liefde voor alle mensen.
Het gaat om de heel persoonlijke keuze waar Jezus ons voor stelt.
Natuurlijk is het mooi om bij een kerkelijke gemeenschap te horen, zoals hier in Oudwoude, Westergeest en Triemen.
Je kunt elkaar helpen en stimuleren om je eigen gaven te gebruiken en om het geloof zichtbaar te maken in het dagelijks leven.
Maar er komt een moment dat een ieder van ons een heel persoonlijk antwoord moet geven.
Met het beeld van de smalle deur roept Jezus ons daartoe op: Wees bereid om die eigen keuze te maken.
Bij een kerk horen is op zichzelf nog geen garantie dat je ook kunt delen in het echte leven dat God geeft.
Daarvoor zul je onderweg hier op aarde tekenen van gerechtigheid moeten laten zien.
Er zijn ook mensen die niet tot een kerk behoren, maar die wel rechtvaardig handelen en daarom binnengaan in het Koninkrijk van God dat hier op aarde al begint.
Want: ‘Er zijn laatsten die de eersten, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’
Het komt er dus voor ons allemaal steeds op aan om ons best te doen en te léven uit ons geloof.
En misschien vragen wij ons nu wel af: Kunnen we dat altijd wel waarmaken, we krijgen daarmee wel een grote verantwoordelijkheid.
Gelukkig staat er aan het eind van het bijbelgedeelte ook een bemoediging.
Aan het begin werd de vraag gesteld of er maar weinigen zouden worden gered, maar nu horen we heel iets anders.
Naast Abraham, Isaak en Jakob en alle profeten zullen er mensen uit het oosten, het westen, het noorden en het zuiden komen en genodigd worden in het Koninkrijk van God om deel te nemen aan het feestmaal.
Het zijn er dus juist heel veel die kunnen delen in de liefde van God.
En ze komen overal vandaan, je houdt het niet voor mogelijk: zo veel en zo’n bont gezelschap.
Naast deze bemoedigende boodschap kunnen ook de woorden uit het boek Jesaja ons bemoedigen.
Want ze laten zien dat God wacht op het ogenblik dat Hij het volk genadig kan zijn.
Hij wacht tot Hij zich over hen kan ontfermen en hen zelf kan leren wat ze moeten doen.
Zo staat God ook op ons te wachten in de hoop dat wij op Hem wachten en ons eigen persoonlijke antwoord geven.
Wij kunnen delen in de liefde van God, als wij bereid zijn ook onszelf te geven en Jezus na te volgen in zijn inzet voor de mensen.
God zegt als het ware tegen ons allemaal ‘Kom jij ook en wil je meebouwen aan een nieuwe wereld, waarin mensen er voor elkaar zijn?
De smalle deur staat wijd open, dus doe je best!’
En wat is ons persoonlijke antwoord? Dat is aan u, aan jou, aan mij.

Witte zwanen, zwarte zwanen!
Wie gaat er mee naar Engelland varen?
Laat doorgaan
Laat doorgaan
Wie achter is moet voorgaan!
 

AMEN

U kunt via e-mail reageren; klik daarvoor HIER