Preek – laatste keer

ZONDAG 8 MEI 2022 9.30 UUR WESTERGEEST
VIERDE ZONDAG VAN PASEN, JUBILATE (JUBEL)

De dienst is te volgen via: https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/11138

Thema: ‘Ik laat je niet alleen’

Lezingen uit de bijbel: Numeri 27: 12-23 en  Johannes 10: 22-30

Beste jongeren en ouderen,
samen gemeente van Jezus Christus,

Afgelopen week hebben we weer de oorlogsslachtoffers herdacht en konden we de bevrijding vieren.
Dat is belangrijk, omdat vrijheid niet vanzelfsprekend is.
Dat zien we nu wel aan de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne.
Historicus Hans Goedkoop had het in zijn 4-mei-lezing over het kompas voor goed en kwaad.
Dat kompas was er gelukkig bij heel wat mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor ze in verzet kwamen en zich inzetten voor hun kwetsbare medemens, met gevaar voor eigen leven.
In deze tijd worden we opnieuw met het kwaad geconfronteerd door de oorlog in Oekraïne.
En ook nu kiezen velen voor het goede, door de mensen in Oekraïne te steunen en vluchtelingen te helpen.
Maar het kwaad is niet altijd heel groot, het begint vaak heel klein.
Zoals Goedkoop zegt:  ‘Nu we met een nieuw oog vaststellen wat er niet mag, blijkt dat we vastzitten aan regels en routines die zich voordoen als het recht, maar net de geest daarvan ontberen.’
Hij noemt dat de banaliteit van het kwaad.
Het blijft dus nodig kritisch naar onszelf te kijken of we echt durven kiezen vóór het goede en tégen het kwade.
Hopelijk kan het geloof ons daarbij inspireren.
Want de bijbel laat duidelijk zien dat we daarin niet alleen staan.
God is er voor ons, als we ons door Zijn liefde laten leiden en de keuze maken voor het goede, voor recht en vrede.
En we kunnen ook steun vinden bij elkaar en bij anderen die er willen zijn voor hun medemens.
Zo zijn we niet alleen, omdat we in onze betrokkenheid bij elkaar Gods nabijheid kunnen ervaren.
Daarover horen we ook in de bijbelgedeelten van vandaag.
Daarin staan liefde en zorg centraal.
Maar ook wordt duidelijk dat dat niet vanzelfsprekend is, zoals we ook in onze tijd zien dat mensen soms geen zorg voor elkaar hebben, maar elkaar juist kwaad doen.
We horen in het evangelie een spannend verhaal, over onzekerheid en vertrouwen.
De leiders van het Joodse volk vertrouwen Jezus niet, omdat ze niet horen bij de men­sen, waarmee Jezus optrekt.
Wantrouwig wordt Jezus en de groep om hem heen bekeken.
Wat zijn dat voor mensen ? Waarom lopen ze achter Jezus aan ? Wat hebben ze eraan ? En vooral: Vormen ze een bedreiging voor ons, de machthebbers ?
Misschien wel herkenbaar.
Zo kunnen mensen soms ervaren dat ze er niet bij horen, omdat ze anders zijn.
Door hun huidskleur of geaardheid, door hun mening of geloof, door hun gedrag of manier van leven.
Hoe kun je dan toch positief blijven ondanks alle wantrouwen.
Waarom zou je dan toch vertrouwen hebben in dat verhaal over Jezus ?
Waarom zou het echt iets te betekenen hebben ?
Op deze vragen probeert Jezus een antwoord te geven.
In het gedeelte dat we hebben gelezen komt de confrontatie tussen hem en de Joodse leiders tot een voorlopig hoogtepunt.
Dat gebeurt op een veelzeggend tijdstip in een veelbetekenende omgeving.
Het speelt zich af in de tempel, tijdens het feest van de tempelvernieuwing, het Chanoeka-feest.
Op dat vrolijke feest, dat acht dagen duurt, viert men de inwijding van de tempel na de bevrijding door de Makkabeeën uit de macht van de Syrische vorst Antiochus Epiphanes in het jaar 165 vóór Christus.
De ontwijde tempel was weer gereinigd en kon opnieuw in ge­bruik worden genomen.
Het was winter staat er.
Dat wijst waarschijnlijk niet alleen op de tijd van het jaar, maar heeft een diepere betekenis.
In de winter is het guur en koud
En in dit verhaal is de sfeer om te snijden, zo ijzig en kil.
In de confrontatie tussen Jezus en de Joodse machthebbers gaat het heel emotioneel toe.
Ze komen om hem heen staan, je voelt als het ware de dreiging.
Ze sluiten hem in, ze omsingelen hem.
En dan komt die wanhopige kreet waarmee ze Jezus oproepen om nu eens een
eind te maken aan de spanning: ‘Hoelang houdt u ons nog in het onzekere? Zeg ons ronduit: bent u de ​Christus?’ 
Ze willen zielsgraag duidelijkheid hebben, want ze kunnen hem zo moeilijk plaatsen.
Is hij nu de Messias of niet?
Misschien kunnen we ons wel iets voorstellen bij deze vraag.
Die kunnen wij ook stellen: Waar is God, waar zien we iets van het goede, komt er nog iets van Zijn Koninkrijk?
Waarom laat God zich niet zien, waarom blijft alles zo onzeker?
Zeker, als we moeilijke dingen meemaken of alles we de nood in onze wereld zien, kunnen we die vraag stellen.
Het kan zo kil en koud zijn.
Jezus zegt dan: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet.’
De Joodse leiders zijn verblind en missen de band met Jezus.
En met geen enkele redenering is daar nu nog verandering in te brengen.
Doordat ze niet horen bij zijn schapen, geloven ze hem niet.
Terwijl Jezus juist duidelijk maakt dat ze aan zijn handelen kunnen zien wie hij is.
In tegenstelling tot veel machthebbers, doet hij anderen recht en komt op voor kwetsbare mensen, en zo laat hij God zien.
Maar dat kun je alleen ontdekken, als je op God vertrouwt.
En dat gaat niet zomaar, daar moet je wel wat voor doen.
Zoals dat ook geldt voor vertrouwen in mensen.
Je kunt je afvragen: Waarom vertrouw je andere mensen ?
Je ziet iets in ze, het klikt – maar vaak is het ook een sprong in het diepe.
Je investeert in andere mensen, in elkaar, maar je weet niet hoe het afloopt.
Zo’n sprong vraagt Jezus ook. Maar geen blinde sprong. Juist niet!
Het is prima om af en toe wantrouwig te zijn ten opzichte van de dingen die je te horen krijgt.
‘Is wat er gezegd wordt, wel waar, wel ècht ?’
In deze tijd van nepnieuws is het nodig kritisch te zijn
En dat mag óók, als het gaat om geloven en kerk-zijn.
Wat is daarin echt belangrijk, waar gaat het werkelijk om?
Geloven is niet zozeer alles precies en zeker weten, maar vertrouwen op de liefde van God die je draagt.
Gemakkelijk is dat niet.
En toch – we mogen erop vertrouwen dat het de moeite waard is.
Want God vertrouwt ons ook, we zijn niet alleen en kunnen Zijn nabijheid ervaren.
We worden door God gekend tot in het diepst van ons bestaan.
Zo kent God zijn volk als ze in de woestijn tot Hem roepen en is er voor hen.
In de lezing uit het boek Numeri vraagt Mozes een leider voor het volk, zodat zij niet als schapen zonder herder dwalen.
De nieuwe leider moet dus een herder zijn en dat wordt Jozua.
Het is dus belangrijk dat een leider zorg heeft voor mensen.
Zo laat iemand Gods liefde zien.
En in het evangelie wordt die zorg, dat herderschap heel duidelijk zichtbaar in Jezus.
‘Ik ken mijn schapen’ zegt hij.
Het betekent dat hij zich helemaal voor mensen inzet als de Goede Herder.
En zijn schapen luisteren naar zijn stem.
Dat luisteren is hier heel belangrijk, maar dat is nog niet zo gemakkelijk.
Als je goed luistert, hoor je echt wat de ander zegt, ook wat er achter de woorden zit en niet uitgesproken wordt.
Wij hebben nog wel eens de neiging de ander in de rede te vallen of snel met ons eigen verhaal te komen.
Maar in ons contact met anderen is het belangrijk eerst te luisteren, voordat we zelf praten.
Het gaat er hier om te luisteren naar wat Jezus zegt en hem dan te volgen.
Geloven beperkt zich niet tot iets wat je met je mond belijdt, maar is een kwestie van hart en handen.
Het is heel concreet: Jezus heeft ons laten zien wat echte zorg en liefde is en zo kunnen wij als herders zorg hebben voor onze medemens, voor elkaar.
Zo vinden we nu al het eeuwige leven.
De belofte dat de herder ons zal voeren naar grazige weiden gaat niet pas in een verre toekomst in vervulling.
Het eeuwige leven is onder ons en in ons: wie zijn naaste liefheeft heeft de dood overwonnen.
De toekomst begint bij mensen die leven met de liefde van Christus in hun hart.
Zij leven nu al in het eeuwige licht.
Een mooi voorbeeld daarvan is de jonge Joodse vrouw Etty Hillesum, die in de Tweede Wereldoorlog omkwam, maar tot het laatst positief bleef.
Ze ontdekte God in het diepst van haar ziel.
En dat gaf haar een bijzondere kracht om het lijden aan te kunnen en om ook anderen daarin nabij te zijn.
Zij schrijft in haar dagboek: ‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik  erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden. Ik stel me voor, dat er mensen zijn, die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn ook mensen, die het hoofd diep buigen en in de handen verbergen. Ik denk, dat die God binnen in zich zoeken.’
Zo kunnen wij ook Gods aanwezigheid voelen in ons hart.
En daardoor verandert ons leven.
Op de weg van de liefde wordt God ontmoet.
Zoals Jezus zegt in het evangelie over zijn schapen: ‘Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan.’
Hij is herder met hart en ziel, hij staat tussen de mensen, open voor wie komen wil, beschermend en afwerend voor alles wat mensen klein maakt en kort houdt.
Maar hem volgen zal niet altijd gemakkelijk zijn, ook in ons leven zijn er genoeg gevaren die ons bedreigen: Te veel alleen aan onszelf denken, te bang zijn om ons leven in te zetten voor ande­ren, ons te veel aanpassen aan de be­staande situatie en onze stem niet durven te verheffen tegen onrecht.
En in ons persoonlijk leven is het soms moeilijk om ècht te durven vertrouwen op God.
Maar ook Jezus heeft daar mee te maken gehad.
In het gedeelte uit het Johannes-evangelie wordt de druk op hem steeds groter.
En toch blijft hij doorgaan op de weg van God, de weg van liefde en zorg voor mensen.
En dat kan ons inspireren en moed geven.
Dwars door alle moeilijke momenten heen blijft Jezus de Goede Herder.
Hij gaat ons voor en wij mogen hem volgen.
We worden geroepen om zelf ook herderlijk met elkaar en anderen om te gaan.
Om behoedzaam te leven met het oog op de ander, de kwetsbare, de zieke, de gewonde, de verdwaalde de verlorene.
En op deze moederdag denken we in het bijzonder aan de zorg van vrouwen, van moeders voor de mensen om hen heen, voor kinderen en partners.
En zo kunnen wij allemaal zorg hebben voor elkaar en daadwerkelijk uit ons geloof te leven, zodat anderen ons kunnen herkennen aan wat wij doen.
We zijn niet alleen, met Pasen hebben we gevierd dat de liefde van God sterker is dan de dood.
Daarom kunnen we vertrouwen op God en Zijn liefde laten zien aan elkaar en anderen.
Laten we zo goede herders zijn en de moed hebben om te kiezen voor het goede!
Zoals ook treffend is verwoord in een gedicht over 4 en 5 mei, een gedicht van
Hilal Önlü dat ze schreef toen ze 14 jaar was.:

Moed

Ergens in een hoekje,
Schijnt een heel klein lichtje.
Zo klein als een potloodpunt,
Maar zo mooi om uit te breiden.
Ergens ver weg van het lichtje zijn enge geluiden,
Mensen die huilen,
Mensen die proberen te vluchten,
Van hun angst.
Mensen die in een hoekje wachten
Tot dat ze bevrijd worden.
Ergens in ons hart is onze moed,
Die ervoor moet zorgen,
Dat de slachtoffers bevrijd worden,
Dat iedereen net als wij gelukkig moet zijn,
Alleen met onze moed zal het lichtje in dat kleine hoekje
Bloeien tot de vrede op de aarde
En zal er geen oorlog meer bestaan
Alleen onze moed.

AMEN  

U kunt via e-mail reageren; klik daarvoor HIER